Categorie archief: Lyrics

The quiet beach

The quiet beach, you will see
the quiet beach, that isn’t me

I am the sharp shells
I am their twisted shards
the ships gone astray
the fallen ice-creams
and melted mars-bars of the day
I am the crashed kites
the booming looming bellyfish
the bitchy bouncing volleyballs
the singalong-with-Mr-Sandman trolls

I am the sunburned suntan fan
the way too recent indecent exposure poser
I’m the football father
fodder mother
the peevish, pettish, paddling bother
I’m the soaking-wet-salt-sea rejector
I’m the hey-they’ve-dug-them-holes detector
I am the assholes
the clattering flagpoles

Now, as you can see
the quiet beach, that isn’t me
I am coffee with sugar and a little cloud of sand
I’m the smoggy fumes from a certain kind of restaurant
I am what’s left of nature in this land
some bare items which are getting out of hand
some bare items which I would not recommend:

Flotsam in sea purse
oil-slick-water
plastic in bird
disaster tourist theatre
and this spectacle even more sour to the core
when washed-out whales come washing ashore
but all I wanna hear is the rustle of the sea
so if I may choose put the volume down to three
hey are you deaf, I said:
one
two
three

—2014

> back to Some Lyrics

Bericht uit Beijing

Is dit een tragedie, in hoeveel bedrijven?
met een proloog en een epiloog
en een waarheid die er niet om liegt?
een koe, die je niet bedriegt
of eentje zo stom als het achtereind van een varken dat vliegt?
is de waarheid wel waarheid
of slechts een naarheid, een onklaarheid, een rariteit
een trieste komedie die dreigt te beklijven
een scheet uit de reet van een smerige smiecht?

Maar ik noem hier het gewone
mensen die werken, studeren, wonen:
een dichter, z’n vriendin
en een grijsaard
met zwarte gemummificeerde katten (wel zo’n duizend jaar oud)
een man zonder baan en been
een man zonder kin
een man zonder kind
een man met een lang gezicht
en een man die gebukt gaat
een gewone jongeman
een vrouw met een traantje
een vrouw met een traan
een vrouw met een fakkel
jongens en meisjes die kranten venten, studenten
en een man met twee plastic zakken

Een man met twee plastic zakken
een man bedaard als een orkaan van hoon
die zijn verwonde ziel
000de zojuist gebrande kaken van het plein op sleept
en de toekomst uit de klauwen weet

Een man met twee plastic zakken
oog in oog met de gestaalde kakkerlakken
de voortratelende vuilnisbakken
de praalziek paraderende wandaadwrakken
de gepantserde schoften, de schurken, de schobbejakken
de gehelmde hufters die de spaanders hakken

Een man met twee plastic zakken
is een man met twee plastic zakken
en hij zet ze allemaal te kakken

Waar gisteren nog vaandels van hoop de hemel sierden
daar kokhalst het nu helse kolonnes van tanks
en ik bots op een aanblik die de keel verengt
de kapotte verlichting, die de ogen krenkt
de verdoofde stad, met duister vergrendeld
en een komen en gaan van bajonetten
de Grote Sprong Voorwaarts der marionetten
helaas, het is waar
het plein hangt er bij als een abattoir

Een gewone jongeman
een man die gebukt gaat
een vrouw met een traantje
een vrouw met een traan
een matroos die, na jaren van gezwoeg
de Grote Roerganger eindelijk eens vroeg om een kadootje
een rondvaart op een bootje
of gewoon een dagje uit
en die afgescheept wordt
met nog meer zwoegen op die verrotte lekke schuit

Maar op het plein waar de tranen verbloeden
en treitertanks op een rondedans broeden
staat een man, gewapend
met twee plastic zakken vol woede

Gestaalde kakkerlakken
voortratelende vuilnisbakken
praalziek paraderende wandaadwrakken
gepantserde schoften, schurken, schobbejakken
gehelmde hufters die spaanders hakken

De man met twee plastic zakken
is een man met twee plastic zakken
en hij zet ze allemaal te kakken

2011

> terug naar Some Lyrics